Graansoorten

Naast de meest gebruikelijke graansoort tarwe, hebben wij veel andere graansoorten in ons assortiment. Bijvoorbeeld, spelt, haver, gerst, mais en rogge. Iedere graansoort heeft weer haar eigen smaak, structuur en herkomst. Hieronder een beknopte weergave van de verschillende graansoorten.

Tarwe

Tarwe is na mais de belangrijkste graansoort ter wereld. Tarwe levert meer dan twintig procent van het totale aantal calorieën dat wij via dagelijkse voeding binnen krijgen. Het graan is al populair sinds de elfde eeuw, toen witbrood zijn entree maakte in onze voeding. De eerste door mensen gebruikte graansoorten waren de wilde eenkoorn en emmertarwe. Deze primitieve tarwesoorten zijn nog volledig omsloten door een kafje. Moderne tarwesoorten hebben dit kafje niet meer en zijn daarmee makkelijker te oogsten.

De graankorrels in een aar bestaan gemiddeld genomen uit 70% zetmeel, 12% eiwit, 2% vet en 13% water. Tarwe levert daarnaast ook vezels, B-vitaminen en mineralen als kalium, fosfor, magnesium, ijzer, zink, selenium en koper. De voedingswaarde van tarwe verschilt per soort en hangt ook af van omstandigheden als bodem, klimaat en bemesting.

Spelt

Spelt behoort net als tarwe tot de grassenfamilie en wordt beschouwd als een primitieve tarwesoort. Het wordt al geteeld sinds 7.000 voor Christus. Na de Middeleeuwen is spelt meer en meer verdrongen door gewone tarwe, omdat deze een hogere opbrengst per hectare biedt en gemakkelijker te pellen is. Sinds een aantal jaren is spelt weer populair geworden. Deze populariteit is met name ontstaan door het idee dat spelt gezonder zou zijn dan bijvoorbeeld tarwe. Wetenschappelijk bewijs voor het lichter of beter verteerbaar zijn van spelt is nog steeds niet gevonden. De voedingswaarde, vitaminen en mineralen van spelt en tarwe verschillen nauwelijks. Spelt bevat iets meer eiwit dan tarwe en heeft over het algemeen een iets hoger vetgehalte, maar dit verschilt per soort en zelfs per onderzoek. In ons assortiment hebben wij alleen producten gemaakt van 100% spelt.

Haver

Haver werd al door de Romeine gebruikt als voer voor dieren en als medicijn voor mensen. Zij noemden het Avena (haver) sativa (gekweekt) en prezen de rustgevende en versterkende eigenschappen van dit graan. Pas vanaf 2.000 na Christus wordt haver gebruikt als basisvoedsel. Recentelijk is haver herontdekt als voedzaam en vezelrijk product.

Haver bevat een speciaal soort voedingsvezel: de beta-glucanen die inmiddels alom bekend zijn wegens het cholesterolverlagende effect. Een verlaging van het cholesterolgehalte vermindert de kans op hart- en vaatziekten. Voorwaarde daarvoor is dat je dagelijks minimaal drie gram van deze beta-glucanen uit haver moet binnenkrijgen. Haver bevat diverse vitaminen en mineralen, zoals kalium, fosfor, magnesium en vitaminen B1 en B5 in aanzienlijke hoeveelheden. In vergelijking met tarwe heeft haver een hoog oliegehalte (oplopend tot 10-15%), voornamelijk opgebouwd uit onverzadigde vetzuren, die ook de kans op hart- en vaatziekten kunnen verlagen.

Gerst

Gerst is de oudste graansoort ter wereld. Gerst komt oorspronkelijk uit het zuidoostelijke deel van Azië, uit landen als Tibet, Nepal en China. Het kan groeien waar andere granen niet meer groeien, zoals in Tibet op 4.646 meter hoogte. In Europa was gerst de eerst gekweekte graansoort, die in de Middeleeuwen als voedsel voor de mensen van groot belang was. Er werd brij van de korrels gekookt, maar er werden ook koeken en platte broden van bereid.

Gerst is, net als andere graansoorten, bijzonder voedzaam. Gepelde gerst bevat gemiddeld 60 koolhydraten, 11% eiwitten, 15% vezels en 2% vet, mineralen en vitamine B. Het is bovendien een graan met een hoog vezelgehalte. Net als haver bevat gerst een speciaal soort voedingsvezel: de zogenaamde beta-glucanen. Deze vezels hebben een wetenschappelijk bewezen gunstige uitwerking op ons cholesterolgehalte. Een verlaging van het cholesterolgehalte betekent minder kans op hart- en vaatziekten. Voorwaarde is hierbij wel dat je dagelijks minimaal drie gram van beta-glucanen uit gerst moet binnenkrijgen.

Mais

Mais is net als gerst of tarwe een graansoort. De zaden van maiskolven zijn meestal goudgeel, maar er bestaan ook donkerrode, blauwe, violette of zwarte soorten. De mais die wij eten is suikermais. Maismeel en de producten die daarvan worden gemaakt, worden net als andere graansoorten vooral als koolhydratenbron gezien. Mais bevat minder eiwit en meer vet dan tarwe. Het vezelgehalte ligt veel lager als je het vergelijkt met een hele tarwekorrel. Ondanks de naam bevat mais geen suiker. Mais bevat wel vitamine B1. Andere vitaminen en mineralen zijn in zeer kleine hoeveelheden aanwezig.

Rogge

Rogge is sinds de Middeleeuwen een belangrijke grondstof voor ons dagelijks brood. Het graan kan vanwege zijn robuustheid prima groeien op plaatsen waar andere granen niet groeien.

Rogge staat bekend om zijn hoge vezelgehalte. Met 15% is het vezelgehalte zo’n 3% hoger dan in tarwe. Vezelrijke voeding is goed voor onze darmwerking. In vergelijking met andere granen bevat rogge minder koolhydraten (54% in plaats van 60 à  70%). De korrels bestaan gemiddeld uit zo’n 9% eiwitten en 2% vetten. Rogge is bovendien een bron van B-vitaminen en mineralen.

Hoewel rogge tegenwoordig in veel producten wordt verwerkt is misschien wel het meest bekende; roggebrood. Zwart roggebrood is een gezond, oer-Hollands product. Een mengsel van gebroken rogge, zout en water staat twee nachten in de nawarmte van de oven te broeien. Dit lange broeiproces maakt roggebrood tot een gezond product. Rogge bevat vooral calcium, fosfor, kalium, diverse B-vitaminen en veel enzymen. Bovendien wordt zwart roggebrood gemaakt van 100% rogge waardoor het veel vezelstoffen bevat. Als één van de weinige bakkers in Nederland maken wij ons roggebrood nog zelf, en is ons roggebrood in stad en ommeland bekend. Met recht mogen wij ons dé Groninger roggebroodspecialist noemen.